1. e4 e6 2. Pf3 d5 In deze Franse opening is het gebruikelijker om voort te zetten met 2. d4 om zo nog een witte pion in het belangrijke centrum te krijgen.
3. Pc3 c5 4. d4 Pc6 alsnog dus, maar Thijs probeert meteen het witte centrum te ondermijnen
5. Lb5 Da5 ? Het vraagteken omdat Thijs spot met de tweede gouden regel, namelijk het ontwikkelen van de lichte stukken (lopers en paarden). Na 6 exd5 exds 7 0-0 dreigt wit dan niet alleen een vervelend schaakje met Te1, hij beschikt ook over een ruime ontwikkelingsvoorsprong. Wit heeft dan immers nog maar een zet nodig om zijn ontwikkeling af te ronden, terwijl zwart daarvoor nog vier zetten nodig heeft.
6. Lxc6+ ? 6. exd5 exd5 7. O-O
6... bxc6 Zie de vorige opmerking, het zwarte centrum wordt nu versterkt door de pion op c6. Bovendien geeft Kasper zonder slag of stoot het loperpaar op.
7. Ld2 Db6 8. exd5 cxd5 Van deze toekomst had de pion op b7 in de opening niet durven dromen. Hij is namelijk uitgegroeid tot een sterke centrumpion!
9. Lf4 Dxb2 Rob Brunia, die helaas kort geleden is overleden en de meeste spelers uit de supergroep ook kenden, leerde mij altijd: je moet nooit met de dame op b2 slaan, ook al is het goed! De dame komt namelijk vaak in de knel of wordt zelfs opgesloten. Bovendien heeft Thijs nog geen enkel licht stuk ontwikkeld, een riskante zet dus.
10. Pa4 Db4+ 11. c3 Da5 12. Tb1 Deze witte toren hoort inderdaad thuis op de open b-lijn, (torens staan eigenlijk altijd goed op open lijnen) maar waarschijnlijk was de tijd nu aangebroken voor Kasper om zijn ontwikkeling af te maken door zijn koning met de korte rochade in veiligheid te brengen.
12... Ld7 13. Pxc5 Lxc5 14. dxc5 Dxc3+ Een vervelend schaakje, het gevolg van het feit dat Kasper verzuimde te rocheren op de twaalfde zet. Terecht houdt hij de dames op het bord, gezien zijn voorsprong in ontwikkeling. Het witte paard zal nu op d2 belanden. Dit is een minder veld dan f3 voor het paard, waar het net nog de centrumvelden d4 en e5 controleerde
15. Pd2 Dxc5 16. O-O Pf6 17. Le5 Thijs staat weliswaar twee gezonde pionnen voor, maar zijn enige probleem is dat zijn koning geen veilig heenkomen heeft. Als hij nu rocheert wordt na ruil op f6 de koningsstellig opengebroken. In een zet is de dame er als de kippen bij, de witte toren kan dan door middel van Tb3 gevolgd door Tg3 of Th3 in de aanval worden betrokken. Een manoeuvre om te onthouden. Het paard kan ook niet goed spelen, dan valt immers pion g7.
17... Lb5 18. Te1 a6 De open lijn van de toren is nu in ieder geval afgesloten.
19. Lxf6 gxf6 20. Dh5 Ke7 Er dreigde immers Txe6+. De koning staat hier redelijk veilig, aangezien Kasper zelf geen centrumpionnen meer heeft om het centrum open te breken.
21. a4 Lc6 Hoewel op het eerste gezicht gevaarlijk, lijkt het er op dat Thijs gewoon de pion had kunnen pakken. Na Tb7+ Ld7 kan zwart zich verdedigen. De gespeelde zet controleert b7 en is iets veiliger.
22. Tec1 Dd6 23. Tb6 Thc8 De enige goede verdedigingszet. Als zwart zijn andere toren speelt, valt pion a6.
24. Dxh7 Df4 Thijs mist de val die hij zelf had klaargezet met zijn vorige zet. Na Th8 en Dxh2 krijgt de koning van Kasper een ongewenste gast op visite. Na de gespeelde zet ontstaat een remiseachtige stelling. 24... Th8 25. Dg7 Dxh2+
25. Tbxc6 Txc6 26. Txc6 Dxd2 27. g3 De witte koning snakte naar adem en krijgt een luchtgaatje. De keuze tussen g3 en h3 is vaak lastig. Als de g pion wordt gespeeld ontstaat er met de dame vaak een eeuwig schaakmotief. Als de h pion wordt gespeeld gaat de f-pion vaak verloren als de vijandelijke dame op e1 schaak kan geven. Zo ook nu, en Kasper vindt eeuwig schaak hier natuurlijk prima! Daarom een verstandige keuze.
27... Dd1+ Thijs had dames kunnen ruilen na De1+ en De4+, maar het toreneindspel lijkt lastig te winnen ondanks de betere stand.
28. Kg2 Dxa4 29. Tc7+ Kd6 30. Dxf7 De4+ 31. Kh3 In het zicht van de haven strandt Kasper jammer genoeg. Na 31. Kg1 zou de partij hoogstwaarschijnlijk in remise zijn geeindigd. Na een zet als 31... Tb8 zou zwart nog verliezen na 32. Tc1. Er dreigt dan namelijk mat met Dc7. Na bijvoorbeeld 32... Ke5 wint wit met Dc7+ een toren en de partij. De zwarte toren kan dus niet in de aanval betrokken worden, en de zwarte koning staat ook niet bepaald veilig. Wit dreigt met f4 het matnet rond de zwarte koning dicht te knopen. Meteen 31... Ke5 faalt op 32. Te7, waarna de belangrijke e-pion verloren gaat: 32... Df5 33. f4+ Kd4 34. Txe6 met kansen voor wit. Zwart kan f4 uit de stelling houden door 31... Th8 te spelen. Na 32. f4 volgt namelijk De1+ 33. Kg2 De2+ 34. Kg1 Dxh2+ 35. Kf1 Dh1+ 36. Ke2 Th2+ 37. Kd3 De4 en zwart wint. Daarom moet wit na 31... Th8 32. De7+ Ke5 33. Tc6 spelen. Dit wint weer de e-pion, met goede kansen voor wit. Het verstandigste wat zwart dan kan doen is eeuwig schaak geven door middel van De1+ en De4+, remise dus. Een moeilijke stelling!
31. Kg1 Th8 32. f4 (32. De7+ Ke5 33. Tc6)
32... De1+ 33. Kg2 De2+ 34. Kg1 Dxh2+ 35. Kf1 Dh1+ 36. Ke2 Th2+ 37. Kd3 De4+
31... Th8+
Een leerzame partij. Thijs ging in de opening met zijn dame pionnetjes sprokkelen, maar verwaarloosde zijn ontwikkeling. Kasper begreep goed dat hij met zijn ontwikkelingsvoorsprong met actief tegenspel kansen kon creeren, wat uiteindelijk ook gebeurde. Met iets nauwkeuriger spel in de opening had hij het Thijs nog knap lastig kunnen maken. Kasper heeft een goede partij gespeeld, bijna remise tegen een van de sterkere spelers uit de Supergroep. Thijs en trouwens iedereen zou ik als tip willen geven dat je op dit niveau niet meer je ontwikkeling kan verwaarlozen en kan leunen op een of twee pionnetjes meer. Vaak kom je dan in de problemen, zoals ook in deze partij het geval was. Ook voor supergroepers gelden de gouden regels nog!
0-1
[Pieter Pouw]